Veiligheidsnormen windturbine

Windmolens moeten voldoen aan technische veiligheidsnormen en geen risico's opleveren voor de omgeving.  

Windmolens moeten voldoen aan technische veiligheidsnormen, zoals een NEN-EN 61400-norm. Deze norm stelt eisen aan de wieken, de mast en de constructie van de gondel, het gedeelte bovenop de mast, waarin de windenergie wordt omgezet naar elektriciteit. Gemeente of provincie beoordelen onder andere de veiligheid van de fundering. Dit doen zij op basis van de aanvraag van de (omgevings)vergunning. Bouwen op een zandbodem bijvoorbeeld stelt andere eisen aan de fundering dan bouwen op klei.

Windmolens mogen niet te dicht bij kwetsbare objecten staan. De afstand verschilt per type windmolen. De hoogte en de rotordiamieter zijn hierin bepalend. Om risico’s te beperken moet bijvoorbeeld een gemiddelde windmolen van 3 MegaWatt op minimaal 198 meter afstand staan van een woonwijk of school. Daarmee blijft de windmolen binnen de veiligheidsnormen. Als de windmolens eenmaal in werking zijn, worden ze voor de veiligheid jaarlijks gecontroleerd.

Hoe groot de risico's mogen zijn, staat onder andere in het Besluit wijziging milieuregels windturbines. Dit is verder uitgewerkt in het handboek risicozonering windturbines.

Risicozone

Mogelijke risico's rond een windmolen zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel of van een blad. Voordat de overheid toestemming geeft voor de bouw van een windturbine, kan ze om een kwantitatieve risicoanalyse vragen. Een risicoanalyse maakt standaard onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het handboek risicozonering windturbines biedt geactualiseerde faalscenario’s en faalkansen van windturbines.

Luchtverkeersveiligheid

Plannen voor de bouw van windturbines bij luchthavens moeten voor toetsing aan Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) worden voorgelegd. LVNL toetst of voorgenomen (bouw)plannen mogelijk van invloed zijn op de goede werking van de communicatie-, navigatie- of surveillanceapparatuur (CNS) van LVNL. Taken en bevoegdheden voor burgerluchthavens van regionale betekenis worden aan provincies overgedragen.

Radars

In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten. Metalen windturbines kunnen deze radars verstoren. Bovendien kunnen de reflecties van de snel bewegende wiekpunten als een vliegtuig worden gezien, omdat de snelheid vergelijkbaar is. Dit bemoeilijkt het volgen van vliegtuigen boven windturbines. Bij projecten voor de bouw van windturbines moet daarom worden onderzocht of deze de radars niet verstoren.

Er bestaat wetgeving op het gebied van vliegverkeer en radarverstoring. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn gebieden aangewezen waarbinnen een toetsing verplicht is. Het ministerie van Defensie beoordeelt aan de hand van een berekening van TNO of de windturbines ontoelaatbare verstoring opleveren. Luchtverkeersleiding Nederland beoordeelt windturbineprojecten die de correcte werking van haar radarinstallaties kunnen verstoren.

Dijken

De overgangsgebieden tussen land en water zijn aantrekkelijk voor windturbines, omdat daar relatief hogere windsnelheden worden bereikt, er daar minder omwonenden zijn en windturbines er goed in het landschap passen. Deze gebieden liggen in Nederland vaak in de omgeving van waterkeringen en dijken. De mogelijkheden voor plaatsing van windturbines op en rondom waterkeringen zijn beperkt vanwege het belang van waterveiligheid. Het uitgangspunt is nu ‘nee, tenzij’ en er zijn via een zogenoemde 'Green Deal' afspraken gemaakt tussen de Waterschappen en het Rijk en tussen het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu om hindernissen bij aanleg van windturbines op dijken op te lossen. Zie ook: Kamerbrief monitor windturbines op land 2015