Wetgeving

Voor het opzetten van een windpark gelden wetten en regels. Die zijn er om de windmolens zo goed mogelijk in te passen in de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met natuur- en milieubelangen, landschap en omwonenden.

Coördinatieregelingen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat regels over de zogenoemde coördinatieregelingen. De coördinatieregeling moet de kwaliteit van de besluitvorming versnellen en verbeteren en zorgen voor transparantie en helderheid voor burgers en bedrijven. De Wro bepaalt dat er een gemeentelijke, provinciale en rijkscoordinatieregeling is.
Met een coördinatieregeling kan het bevoegd gezag alle procedures voor de verschillende vergunningen en het bestemmingsplan of inpassingsplan parallel aan elkaar laten lopen en coördineren. Alle vergunningen en ontheffingen worden tegelijk met het inpassingsplan ter inzage gelegd. Dat betekent dat op één moment alle besluiten voorliggen en dat het plan en de voorwaarden die daaraan worden gesteld in zijn totaliteit kan worden beoordeeld. Iedereen die dat wil kan op het plan reageren door een zienswijze in te dienen.
Voor de beroepsprocedure op de definitieve besluiten is slechts één instantie aan zet: de Raad van State. Er is geen bezwaarprocedure en ook geen beroepsprocedure bij de rechtbank.

Wet ruimtelijke ordening (Wro)

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het Rijk, de provincie of gemeente activiteiten, zoals de aanleg van een windpark, mogen toestaan en locaties daarvoor mogen aanwijzen. Dat gebeurt in een bestemmingsplan of inpassingsplan. De overheidsinstantie brengt alle belangen in kaart en weegt die zorgvuldig af. Bijvoorbeeld het belang van duurzame energie, woongenot van omwonenden, natuurbehoud en het belang van de luchtvaart. Maar ook het bewaken van een veilige afstand tussen windturbines en gasleidingen speelt daarbij een rol.

Wabo – Omgevingsvergunning

Voor het bouwen van een windturbine is een omgevingsvergunning, Wabo – Omgevingsvergunning, nodig; de voormalige bouwvergunning. Daarnaast regelt de omgevingsvergunning de oprichting van een windmolen. Daaronder vallen het ontwerp van een windturbine, de manier waarop wordt gebouwd, onderhoud en bedrijfsvoering.

Wet Milieubeheer

Er bestaat wetgeving voor activiteiten, zoals het neerzetten van een windmolen of windpark, die nadelig kunnen zijn voor het milieu. De Wet Milieubeheer is ter bescherming van de leefomgeving.

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

In een milieueffectrapportage (m.e.r.) voor windparken worden de effecten van een windpark op het milieu en op de natuur in kaart gebracht. Meestal worden in een m.e.r. meerdere alternatieven met elkaar vergeleken. Het m.e.r. vormt de basis voor een bestemmingsplan of inpassingsplan en voor de vergunningen.

Windparken groter dan 15 MW of met minimaal tien turbines, zijn verplicht om een m.e.r.-beoordeling te laten uitvoeren. Voor windparken tot 15 MW, maar met minimaal drie windturbines, geldt de zogenaamde vergewisplicht, ook wel vormvrije beoordeling genoemd. Die bepaalt of er toch aanleiding is een m.e.r. te laten opstellen.

Elektriciteitswet

In de Elektriciteitswet 1998 is de bevoegdheidsverdeling tussen Rijk, provincie en gemeente geregeld voor windparken. De wet, die op 1 april 2016 is gewijzigd, geeft ook regels voor de productie, het transport en de levering van elektriciteit. Voor windparken tot 5 MW is de gemeente bevoegd gezag. Voor windparken tussen de 5 en 100 MW is primair de gemeente het bevoegd gezag, maar wanneer een gemeente geen besluit neemt en de initiatiefnemer van het windpark wendt zich tot de provincie, dan kan de provincie de rol van bevoegd gezag overnemen. Voor windparken van meer dan 100 MW is het Rijk bevoegd gezag. Op deze projecten is de Rijkscoordinatieregeling van rechtswege van toepassing.

Natuurbescherming

Bij de realisatie van een windmolenpark moet rekening worden gehouden met natuurbelangen. De Natuurbeschermingswet 1998 bevat regels over de bescherming van gebieden, de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Flora- en faunawet geeft regels voor de bescherming van plant- en diersoorten. Per 1 januari 2017 gaan beide wetten op in de Wet natuurbescherming.
Wanneer een activiteit zoals een windpark een negatief effect kan hebben op de bescherming van Natura 2000-gebieden en beschermde plant- en diersoorten, dan is de projectontwikkelaar verplicht een passende beoordeling op te stellen die de effecten in kaart brengt en maatregelen te treffen die de effecten op de natuur beperken of wegnemen.
Op basis van de passende beoordeling en de getroffen maatregelen beslist het bevoegd gezag of de benodigde vergunning op grond van de natuurbeschermingswet of de flora- en faunawet ontheffing kan worden verleend.

Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en is van toepassing wanneer windmolens nabij een waterkering worden geplaatst.

Planschade

Een verandering van het bestemmingsplan kan een woning of grond in waarde laten dalen of iemand kan met inkomensderving of schade te maken krijgen. Dit wordt planschade genoemd  Iemand heeft dan mogelijk recht op een tegemoetkoming.