U bent hier
Wet milieubeheer - Activiteitenbesluit
De Wet milieubeheer bevat algemene regels voor activiteiten die nadelig kunnen zijn voor het milieu. Deze regels staan in het Activiteitenbesluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
Wijziging Activiteitenbesluit 2011
Op 11 november 2010 is de wijziging van het Activiteitenbesluit met betrekking tot de milieuregels voor windturbines in het Staatsblad bekendgemaakt. De wijziging is op 1 januari 2011 in werkinggetreden. Tegelijkertijd is ook het Besluit Omgevingsrecht gewijzigd en een nieuwe procedure-afstemming geïntroduceerd.
Vanwege de wijzing van het Besluit milieu-effectrapportage op 1 april 2011 is ook de procedure-afstemming in het Besluit omgevingsrecht gewijzigd.
Werkingssfeer
De wijziging beoogt zoveel mogelijk windturbines geheel onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit te brengen. In de praktijk gaan bijna alle windturbines op land geheel onder de algemene regels vallen. Voor de windturbines op zee en de windparken waarvoor het bevoegd gezag na beoordeling gemotiveerd besluit dat het maken van een milieueffectrapport noodzakelijk is, blijft een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting nodig. Op deze windturbines is, naast de omgevingsvergunning, paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit met de inhoudelijke eisen van toepassing.
Op windparken (vanaf 3 windturbines) waarvoor de vergewisplicht geldt (zie pagina milieu-effectrapportage) is sinds 1 april 2011 altijd een omgevingsvergunning beperkte milieutoets noodzakelijk. Bij deze omgevingsvergunning wordt beoordeeld of gelet op de Europese richtlijnen toch een MER moet worden opgesteld. Als dat niet het geval is, wordt de omgevingsvergunning zonder voorschriften verleend en geldt het Activiteitenbesluit voor zover relevant voor het windpark.
Meldingensystematiek Besluit omgevingsrecht
Niet m.e.r.-beoordelingsplichtige windturbineprojecten
Windturbineprojecten met 1 of 2 windturbines vallen geheel en rechtstreeks onder het Activiteitenbesluit. Een melding is dan voldoende. Het criterium dat er geen woning binnen de afstand van viermaal de ashoogte van de windturbine aanwezig mag zijn om onder het Activiteitenbesluit te vallen, is geschrapt.
Windturbineprojecten met 3 of meer windturbines (maar minder dan 15 MW) vallen onder het Activiteitenbesluit waarbij een melding verplicht is. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Indien uit die omgevingsvergunning na de vergewisplicht door het bevoegd gezag volgt dat er een MER moet worden opgesteld, wordt de omgevingsvergunning geweigerd en is er alsnog een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting noodzakelijk (zie bij m.e.r.-beoordelingsplichtige windturbineprojecten).
M.e.r.-beoordelingsplichtige windturbineprojecten
Projecten met windturbines waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, vallen qua voorschriften ook geheel onder het Activiteitenbesluit tenzij artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is. Artikel 7.18 van de Wet milieubeheer regelt dat verplicht een MER moet worden opgesteld als het bevoegd gezag daartoe besluit na een mer-beoordeling of als de initiatiefnemer daarvoor vrijwillig kiest. Voor windturbineprojecten die mer-beoordelingsplichtig zijn, dient dus eerst een procedure te worden doorlopen om vast te stellen of een besluit-MER moet worden gemaakt ten behoeve van de omgevingsvergunning. Als een besluit-MER noodzakelijk is, moet die eerst worden opgesteld voordat een aanvraag om omgevingsvergunning voor het oprichten (of wijzigen) van een inrichting kan worden ingediend.
Als het bevoegd gezag beoordeelt dat er geen besluit-MER nodig is, is geen omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting (de oude milieuvergunning) nodig. Er is dan nog wel een omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig die zonder voorschriften zal worden verleend. Het Activiteitenbesluit geldt dan voor de inhoudelijke voorschriften en normen.
Inhoudelijke aspecten
Geluid - berekeningsmethodiek
Er is een apart Reken- en meetvoorschrift voor windturbines ontwikkeld waarmee, anders dan voorheen, wel rekening wordt gehouden met de windsnelheid in de nacht op grotere hoogten (80 tot 100 meter). De dosismaat die daarbij hoort is Lden als gemiddelde en Lnight voor de nachtperiode.
Geluid - normering
De normering in het Activiteitenbesluit tot aan de wijziging was gebaseerd op 50 dB(A) overdag, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) gedurende de nacht. Als gevolg van het nieuwe Reken- en meetvoorschrift is de normering nu aangepast naar de nieuwe dosismaat. Uit berekeningen is gebleken dat de oude normering uit het Activiteitenbesluit overeenkomt met 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Dit zijn algemene uniforme normen waarvan binnen de systematiek van het Activiteitenbesluit van afgeweken kan worden met maatwerkvoorschriften.
Geluid - bewijslast
Bij de melding op grond van het Activiteitenbesluit is voortaan altijd een akoestisch onderzoek vereist. Het onderzoek moet voldoen aan de eisen die daarvoor worden gesteld in de Ministeriële regeling die bij het Activiteitenbesluit hoort.
Externe veiligheid
Mede omdat het afstandscriterium voor woningen is vervallen, is een uitbreiding van de voorschriften voor externe veiligheid opgenomen:
- Het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten (zoals woningen) die niet behoren tot de inrichting mag niet hoger dan 10-6 zijn.
- Het plaatsgebonden risico voor beperkt-kwetsbare objecten (zoals een bedrijfswoning, restaurant, kantoor) die niet behoren tot de inrichting mag niet hoger dan 10-5 zijn.
- In de Ministeriële regeling die bij het Activiteitenbesluit hoort kunnen als uitwerking van deze normen minimale afstanden worden opgenomen. In dat geval gelden de minimale afstanden.
Slagschaduw en lichtschittering
De bestaande normen voor slagschaduw en lichtschittering zijn niet gewijzigd.
