Windenergie op land

U bent hier

Provinciale coördinatieregeling

Bij windparken van 5 tot 100 MW moet verplicht de provinciale coördinatieregeling worden toegepast. Deze windparken zijn van groot belang om de realisatie van windenergie mogelijk te maken. Een
coördinatieregeling biedt de mogelijkheid de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd.

De provinciale coördinatieregeling is onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening, paragraaf 3.6.2. De Elektriciteitswet 1998 kent echter wel een ontheffingsmogelijkheid. Gedeputeerde Staten kunnen
de Minister van EL&I vragen om ontheffing van de  coördinatieverplichting. Dat kan alleen als de provincie al genoeg windparken binnen haar provinciegrenzen heeft mogelijk gemaakt of als
de coördinatieregeling naar verwachting niet leidt tot een versnelling van de procedures om het windpark te realiseren. Als de Minister de ontheffing verleent, is de provinciale coördinatieregeling
niet van toepassing en ligt ook de bevoegdheid tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor het windpark weer bij de gemeente.

Windenergieprojecten van 5 tot 100 MW

De Crisis- en herstelwet heeft met de inwerkingtreding ervan de Electriciteitswet 1998 gewijzigd. Sinds 31 maart 2010 is hierin opgenomen dat windenergieprojecten van 5 tot 100 MW opgesteld
vermogen verplicht onder de provinciale coördinatieregeling vallen. Slechts indien de Minister van EL&I op verzoek van Gedeputeerde Staten een ontheffing van die verplichting verlenen, mag van
deze coördinatie worden  afgezien. De ontheffing wordt alleen verleend indien:

  • De provincie al voldoende bijdraagt aan de rijksdoelstellingen voor duurzame energie, of 
  • Als naar verwachting de coördinatieregeling niet voor een versnelling van de procedures zorgt.

Vergunningen

De coördinatieregeling wordt verplicht toegepast op de uitvoeringsbesluiten zoals de omgevingsvergunning, ontheffing Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswetvergunning en Watervergunning.Andere
vergunningen en ontheffingen kunnen eventueel ook mee worden gecoördineerd. Het is niet verplicht om het bestemmingsplan of inpassingsplan voor het windpark mee te coördineren.

Geen bezwaarprocedure bij bevoegd gezag

In de provinciale coördinatieregeling worden verschillende besluiten tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat om alle vergunningen en ontheffingen voor de uitvoering van
hetwindpark. Er is een inspraakronde, waarin mensen op alle ontwerpbesluiten tegelijk kunnen reageren, door het indienen van een ‘zienswijze’. Voor de beroepsprocedure op de definitieve besluiten
isslechts één instantie aan zet: de Raad van State. Er is dus geen bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank.

Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden verschuiven bij deze specifieke coördinatie voor windparken. Gedeputeerde Staten worden bevoegd voor de uitvoeringsbesluiten (vergunningen en ontheffingen) tenzij de
rijksoverheid het bevoegd gezag was. De gemeente mag dus niet meer de omgevingsvergunning verlenen en het waterschap niet meer de watervergunning (tenzij ontheffing is verleend).

Gedeputeerde Staten bepalen zelf wanneer alle ontwerpbesluiten en definitieve besluiten worden genomen en regelen ook de terinzagelegging.