U bent hier
Overige wet- en regelgeving
Voor de bouw van windturbines kunnen naast de omgevingsvergunning meer vergunningen en ontheffingen nodig zijn. Namelijk in het kader van natuurwetgeving (natuurbeschermingswet en de Flora- en
faunawet) en de waterwet. Daarnaast komen kunnen de volgende vergunningen aan de orde zijn:
- Ontgrondingenwet vergunning
- Vergunning wet bodembescherming
Ontgrondingenwet vergunning
Voor het afgraven van grond ten behoeve van de aanleg van de turbinefundamenten, bouw- en onderhoudswegen en kraanopstelplaatsen is een vergunning nodig op grond van de Ontgrondingenwet
(1971).Bij de afweging van belangen in het kader van de Ontgrondingenwet speelt voor de provincie de afstemming van het gemeentelijk en provinciaal ruimtelijk beleid een belangrijke rol.
Bevoegd gezag: provincie (of Rijkswaterstaat, indien de ontgronding plaatsvindt in een van de rijkswateren)
Vergunning wet bodembescherming
De wet bodembescherming (1986) regelt in de eerste plaats de bewaking van de bodemkwaliteit en de bescherming van de bodem tegen vervuiling. Dit wordt uitgevoerd middels het
besluitbodemkwaliteit. Wanneer grond wordt ontgraven of wordt aangevoerd naar of vanaf de projectlocatie, is sprake van roering van de bodem en kan een vergunning nodig zijn. Deze kan eisen verbinden
aan dekwaliteit van de aan- en af te voeren bodem.
Bevoegd gezag: provincie
Overige regelgeving
Bij het verlenen van de bouw- en milieuvergunning en het opstellen van het ruimtelijk kader zal tevens met de regelgeving ten aanzien van de volgende aspecten rekening gehouden moeten worden:
- afstand tot (vaar)wegen, inrichtingen met opslag van gevaarlijke stoffen en buisleidingen (risicozonering)
- radarposten
- vliegveiligheid
- archeologie
