Windenergie op land

U bent hier

Netinpassing

De netbeheerder is verplicht te zorgen voor voldoende capaciteit voor het transport van elektriciteit. Hierbij spelen in ieder geval twee vraagstukken:

  • kan op elk moment het aangeleverde vermogen ook daadwerkelijk worden afgevoerd (een capaciteitsvraagstuk van het netwerk), en
  • is het mogelijk om het aanbod continu te balanceren met de vraag (een sturingsvraagstuk voor het gehele elektriciteitsysteem)?

De eerste vraag heeft gevolgen voor de investeringen die gedaan moeten worden in de ontwikkeling van de elektriciteitinfrastructuur. En, in geval van overaanbod op één plek in het net, een regeling welke producent voorrang krijgt (zie ook congestiemanagment onder pagina Elektriciteitswet).

De tweede vraag gaat ondermeer over de opnamecapaciteit van het elektriciteitsysteem van substantiële hoeveelheden niet regelbare elektriciteitsproductie (waaronder windenergie). Het vermogen van het systeem om variabele productie te kunnen absorberen hangt onder andere af van:

  • de capaciteit die beschikbaar is om de variabele productie te balanceren. In Nederland worden pieken in windenergieproductie bijvoorbeeld opgevangen door het terugregelen van gasgestookte (WKK-)centrales;
  • de mogelijkheden om overschotten te exporteren;
  • de vraag naar elektriciteit te beïnvloeden (vraagsturing).

Naar de opnamecapaciteit van het huidige Nederlandse elektriciteitsysteem (in het Noordwest Europese systeem) zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij uiteraard om modelstudies. De uitkomsten van de onderzoeken lopen uiteen van circa 6.000 tot 12.000 MW. Voor nadere informatie, zie rapporten onder externe links in de rechterkolom.

Aansluitplicht

Netbeheerders zijn verplicht een windpark aan te sluiten op het elektriciteitsnet. De kosten hierbij komen voor rekening van de projectontwikkelaar. Bij een windpark tot 10 MW moet denetbeheerder de aansluiting zelf aanleggen. In geval van grotere parken moet de ontwikkelaar de aansluiting aanleggen volgens de  eisen van de beheerder.

De beheerder kan bijvoorbeeld toegang tot het dichtstbijzijnde punt weigeren en de ontwikkelaar verplichten om een aansluitingspunt verder weg aan te sluiten. Dit is afhankelijk van de capaciteit van het elektriciteitsnet. De kosten hiervoor en het netverlies komen voor rekening van de ontwikkelaar. Bij verbruik van elektriciteit binnen het eigen net, moet ontheffing worden aangevraagd. Het komt voor dat de projectontwikkelaar een eigen elektriciteitsnet aanlegt en op die manier particulier beheerder wordt.

Aansluitkosten

Er bestaan verschillende netten:

  • Provinciale netten (50 kV - 150 kV)
  • Regionale netten (10 KV)
  • Lokale netten (onder 10 KV)

De kosten om aangesloten te worden op een net tot en met 10 KV zijn aanzienlijk lager dan de aansluitkosten op de hoogspanningsnetten (50 - 150 kV).

De Nma Energiekamer stelt jaarlijks de maximum nettarieven vast voor elke netbeheerder van een regionaal elektriciteitsnetwerk. De aansluittarieven liggen rond de € 220.000. Bij aansluiting op provinciale bedragen de tarieven enkele miljoenen.

Aansluiting tot 10 MVA

Bij aansluitingen tot 10 MVA heeft de producent het recht om aangesloten te worden op het dichtstbijzijnde punt op het 10 kV net. Kosten voor aansluiting worden berekend op basis vanaansluiting op dat punt; ook als de aansluitcapaciteit niet toereikend is en uitgeweken moet worden naar een ander aansluitpunt.