Windenergie op land

U bent hier

Stap 2: Verkenning (haalbaarheidsfase)

Eén of meer partijen willen windenergie in een bepaalde regio. Is zo’n initiatief (financieel) haalbaar? Waar kunnen de windturbines komen? Wie doen er mee? Dat zijn de vragen die in de verkenningsfase beantwoord moeten worden. De volgende partijen kunnen een rol spelen:

Gemeente: eigen rol bepalen, reageren op plan en communiceren
Op het moment dat een initiatiefnemer met een plan komt voor een windpark, kan de gemeente een pro-actieve rol innemen. Maar een gemeente kan ook kiezen voor een beperkte rol van ‘bevoegd gezag en vergunningverlener’. De keuze (gemaakt door het college of de raad) is van grote invloed op het vervolg van het project. Bij een actieve rol kan de gemeente meer sturen op bijvoorbeeld de communicatie richting omwonenden en het formuleren van een helder beleid voor windenergie.

De gemeente beschikt over belangrijke informatie en randvoorwaarden die de initiatiefnemer nodig heeft bij het uitwerken van het projectplan. De gemeente moet deze informatie ter beschikking stellen, en waar mogelijk actief meedenken over het projectplan. De gemeente kan bijvoorbeeld de initiatiefnemer adviseren meer partijen te benaderen in deze fase. De gemeente toetst het projectplan aan de hand van de volgende vragen:

  • Past het plan in het gemeentelijk beleid en is er bestuurlijk draagvlak voor de betreffende locatie?
  • Past het plan binnen eventuele voorkeurslocaties van gemeente of van provincie? De gemeente kan op dit moment de provincie actief erbij betrekken.

Eerste scan ruimtelijke en milieutechnische aspecten van het projectvoorstel:

  • Past het plan binnen het bestemmingsplan? (in veel gevallen zal dit niet het geval zijn).
  • Hoe ligt het plan ten opzichte van huidige en geplande bestemmingen?
  • Liggen er nationale landschappen, ecologisch hoofdstructuur, Natura 2000-gebieden, beschermde dorpsgezichten en dergelijke in de buurt?
  • Past het plan binnen ander beleid van de gemeente/rijk (o.a. geluid, ecologie, archeologie)?
  • Heeft de initiatiefnemer andere partijen benaderd (o.a. waterschap, RWS, omwonenden)?
  • Is de verwachting dat het plan voldoet aan wettelijke vereisten uit het Activiteitenbesluit (geluid, slagschaduw, risico)?
  • Is een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk?
  • Hoe kijken partijen als milieufederatie en vogelbescherming aan tegen windenergie in dit gebied?

Daarnaast inventariseert de gemeente welke afdelingen en personen binnen de gemeente bij dit projectplan betrokken zouden moeten zijn.

Provincie: toetsen aan beleid
De provincie toetst of het plan past binnen haar beleid. De windcoördinator van de provincie kan adviseren over de visie van de provincie ten aanzien van windenergie.
In sommige gevallen kan de provincie een actieve rol spelen. Bijvoorbeeld om informatie te krijgen van en afspraken te maken met buurgemeenten, vliegvelden en bedrijven op grote bedrijventerreinen. Ook zal de initiatiefnemer met de provincie bekijken of een vergunning in het kader van de Natuurbescherminsgwet noodzakelijk is.

Initiatiefnemer: projectplan maken
In de verkenningsfase ligt het grootste deel van het werk bij de initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan een projectontwikkelaar zijn, een grondeigenaar, maar ook een groep burgers of de gemeente zelf. De initiatiefnemer maakt een projectplan (projectdefinitie) om de volgende vragen te beantwoorden:

  • Welke locaties zijn geschikt? / Is deze locatie geschikt en wie zijn de grondeigenaren?
  • Welke ontwerpen (opstelling of “lay-out”) en type windturbines zijn mogelijk en wat is de gewenste omvang van het windpark?
  • Welke partijen zijn betrokken?
  • Welke partijen kunnen en willen participeren?
  • Zijn de plannen financieel haalbaar? Wat is het verwacht windaanbod rond deze locatie?
  • Wat zijn de huidige stimuleringsregelingen (onder andere SDE en EIA)?
  • Met welke milieutechnische en ruimtelijke aspecten moet rekening worden gehouden op de beoogde locatie(s)?

Bij de beantwoording van deze vragen betrekt de initiatiefnemer alle belanghebbenden. Als eerste benadert de initiatiefnemer de eigenaren van de grond om te bepalen of deze open staat voor het meewerken aan windenergie op de beoogde locatie(s) en de gemeente om te toetsen hoe de plannen binnen het gemeentelijk beleid passen. De initiatiefnemer kan de plannen via het ambtelijk apparaat inbrengen bij de gemeente en zo op de bestuursagenda laten zetten. De initiatiefnemer kan er ook voor kiezen de plannen eerst voor te leggen aan de verschillende politieke fracties in de raad.

Ook zaken als de bodemopbouw en -samenstellingen kunnen al in kaart gebracht worden, evenals de mogelijkheden voor netaansluiting.

De initiatiefnemer neemt contact op met de eigenaren van de grond op de beoogde locatie(s). Daarnaast informeert de initiatiefnemer direct omwonenden, bij voorkeur in afstemming met de gemeente. Hierbij kan de initiatiefnemer direct toetsen of omwonenden belangstelling hebben voor participatie in het project. 

Grondeigenaren, omwonenden, belangenorganisaties: reageren op plan
Idealiter heeft de initiatiefnemer (al dan niet op verzoek van de gemeente) alle mogelijke belanghebbenden benaderd. Al deze partijen kunnen actief meedenken over het projectplan. Als partijen van het voorstel horen maar niet benaderd zijn, kunnen zij zelf naar de initiatiefnemer stappen met opmerkingen.

Burgers: reageren naar de gemeente
Op basis van de informatie die burgers krijgen (via de initiatiefnemer, de gemeente of indirecte informatie), kunnen zij aan de gemeente of initiatiefnemers vragen stellen of een reactie geven. Middels fotovisualisaties kunnen initiatiefnemers de burgers een goed beeld geven hoe het windpark eruit kan komen te zien op de specifieke locatie.

Overige overheden: informeren en reageren op plan
Om de financiele haalbaarheid te bepalen is het van belang informatie te hebben over de huidige stimuleringsregelingen zoals de SDE en andere mogelijkheden zoals de Energie InvesteringsAftrek (EIA). Informatie hierover wordt verstrekt door Agentschap NL, een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Het Ministerie van LNV gaat over de bestaande natuurwetgeving zoals de natuurbeschermingswet en de flora & faunawet.
Overige overheden (RWS, waterschap, LNV) kunnen een reactie geven op het plan en bekijken of het past binnen hun eigen plannen of beleid.

Projectontwikkelaars: rol initiatiefnemer
Het initiatief voor het windpark kan komen van een projectontwikkelaar. Ook als burgers, bedrijven of de gemeente het initiatief hebben genomen om windenergie te realiseren, kunnen zij zij of zelf de rol van projectontwikkelaar vervullen of een projectontwikkelaar in de arm nemen om de plannen verder uit te werken.

Investeerders: reageren op plan
De initiatiefnemer onderzoekt in het projectplan de financïele haalbaarheid. Daarvoor kan hij in deze fase al contact opnemen met potentiële investeerders. Meestal gebeurt dat pas bij het verkrijgen van de vergunningen. Investeerders kunnen reageren op het plan van de initiatiefnemer en hun deelname definitief of op voorwaarden toezeggen.

Adviesbureaus, kennisinstituten: op verzoek onderzoek doen
Op verzoek van de initiatiefnemer(s) kunnen adviesbureaus en/of kennisinstituten verschillende onderzoeken doen, naar een voorkeurslocatie, de optimale opstelling (“lay-out”), de financiële haalbaarheid en overige aspecten die voor een MER of ruimtelijke onderbouwing relevant zijn. 

< VoorverkenningPlanfase >