Windenergie op land

U bent hier

Overheden

Het rijk maakt het oprichten van windparken mogelijk door het maken van beleid en wet- en regelgeving. Ook neemt het rijk belemmeringen weg in de regelgeving op het gebied van radar, geluid en rentabiliteit. Gemeenten en provincies zetten zich regionaal en lokaal actief in voor lopende windenergieprojecten. Zij stimuleren windenergie en als bevoegd gezag verlenen zij vergunningen en handhaven deze vergunningen.

Rijk

Doelstellingen ten aanzien van windenergie zijn in verschillendebeleidsstukken vastgelegd, lees daarover meer onder nationaal beleid.

De ministeries die verantwoordelijk zijn voor het behalen van de windenergiedoelstelling zijn:

  • het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) voor wat betreft de ruimtelijke inpassing van windenergie;
  • het ministerie van Economische Zaken, landbouw en Innovatie (EL&I) voor het behalen van de landelijke doelstelling.

Daarnaast is er veelvuldig overleg met het ministerie van Defensie over onder meer windenergie in combinatie met radar. Voorheen was er ook contact met het ministerie van Verkeer en Waterstaat over windenergie op of nabij Rijkswaterstaatwerken.

De ministeries van VROM, EZ, LNV, Defensie en V&W startten in 2008 de Landelijke Uitwerking Windenergie (LUW) op met onderstaande partijen om aan de windenergiedoelstellingen te werken:

  • Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA)
  • Organisatie voor Duurzame Energie (ODE)
  • Stichting Natuur & Milieu
  • Provinciale Milieufederaties
  • IPO
  • VNG

Om de aanleg van windparken te versnellen, heeft het rijk windteams opgesteld. Agentschap NL coördineert deze windteams. Een windteam bestaat uit adviseurs van Agentschap NL en wordt waar nodig aangevuld met belangenorganisaties en experts.

Provincies

Elke provincie heeft een eigen windenergiebeleid. Dit beleid komt terug in de ruimtelijke streekplannen of structuurvisie, waaraan gemeentelijke bestemmingsplannen getoetst worden. Provincies bepalen dus mede waar windturbines komen te staan. Ze doen dit op twee manieren:

  • ontwikkelingsgericht, door zelf locaties voor windenergie in destructuurvisies op te nemen;
  • uitsluitingsgericht, door te bepalen waar geen windturbines mogen komen en welke randvoorwaarden er zijn bij plaatsing.

Provincies kunnen windenergiebeleid opnemen in de provinciale verordening. Het gemeentelijke bestemmingsplan moet dan gaan voldoen aan de provinciale verordening. Op die manier kunnen provincies gemeenten verplichten een windlocatie mogelijk te maken.De Crisis- en herstelwet heeft het bovendien mogelijk gemaakt dat provincies bevoegd gezag zijn voor windparken tussen 5 en 100 MW.

De twaalf provincies zijn verenigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Deze koepelorganisatie heeft namens de provincies in januari 2009 een akkoord gesloten met het rijk en de VNG over windenergie. Zie ook de pagina over provinciaal beleid. Iedere provincie heeft een coördinator voor windenergie, contactgegevens zijn hier opgenomen.

Gemeenten

De gemeente speelt een belangrijke rol bij het realiseren van windenergie. Gemeenten hebben drie essentiële taken:

  • gebieden voor windenergie aanwijzen in ruimtelijke plannen en beoordelingscriteria opstellen. Dit kan pro-actief of re-actief zijn;
  • vergunningen verlenen
  • handhaving

Als de gemeente zelf actief betrokken is bij het opzetten van een windenergieproject kan ze ook een rol spelen in het vergroten van het draagvlak. Het geven van voorlichting en het organiseren van excursies hoort daar bijvoorbeeld bij.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is de belangenbehartiger van gemeenten bij andere overheden, Tweede Kamer en maatschappelijke organisaties. Namens de gemeenten sloot de VNG in januari 2009 een akkoord met het rijk en de provincies over windenergie.

Contactpersoon windenergie bij VNG is Rogier van Luxemburg rogier.vanluxemburg@vng.nl