U bent hier
Vliegveiligheid
Beperkingen rondom luchthavens
In gebieden rondom burgerluchthavens worden in verband met veiligheid ruimtelijke beperkingen gesteld aan nieuwbouw. Het gaat daarbij om externe veiligheid, vliegveiligheid en de goede werking voor luchtverkeersapparatuur. De vorm en omvang van deze beperkingengebieden vloeien onder meer voort uit de nieuwe Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire en Luchthavens (RBML) en het internationale Verdrag van Chicago, waar Nederland zich aan gebonden heeft.
Toetsing
Plannen voor de bouw van windturbines in de beperkingengebieden (of toetsingsvlakken) bij luchthavens dienen ter toetsing aan Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) te worden voorgelegd.
LVNL toetst of voorgenomen (bouw)plannen mogelijk van invloed zijn op de goede werking van de communicatie-, navigatie- of surveillanceapparatuur (CNS) van LVNL. Elk van deze apparaten / systemen heeft een eigen driedimensionaal toetsingsvlak.
De CNS systemen van LVNL bevinden zich niet alleen op en in de omgeving van luchthavens. Verspreid over Nederland staan CNS systemen opgesteld waarvoor genoemde toetsingsvlakken gelden.
De IVW toetst aan de hand van hoogtebeperkingsvlakken of hoge bouwwerken een gevaar kunnen opleveren voor de vliegtuigoperaties. De beperkingengebieden zijn driedimensionale vlakken die gerelateerd zijn aan de start- en landingsbaan.
Aan de hand van de kaart met beperkingengebieden en het overzicht van gemeenten, waarbinnen toetsingsvlakken voorkomen, kunt u achterhalen of toetsing noodzakelijk is.
Deze kaarten en het overzicht kunt u opvragen bij LVNL. Naar verwachting zal LVNL vanaf medio 2012 een update van de toetsingsvlakken zal hanteren. Vanaf dat moment zal de informatie over de nieuwe situatie op de website van LVNL geplaatst worden.
Nieuwe regelgeving
Op 1 november 2009 is de wijziging van de Wet luchtvaart betreffende Regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) in werking getreden. Hierin is onder andere geregeld dat taken en bevoegdheden voor burgerluchthavens van regionale betekenis aan provincies worden overgedragen.
Met de decentralisatie krijgen de provincies ten aanzien van ‘hun’ luchthavens van regionale betekenis de bevoegdheid te besluiten over de milieuruimte van een luchthaven en de ruimtelijke implicaties daarvan. Het Rijk stelt wel randvoorwaarden op grond van milieu-, vliegveiligheids- en externe veiligheidsoverwegingen waar de provincies rekening mee moeten houden in hun besluiten. De decentralisatie van bevoegdheden aan provincies heeft geen betrekking op bevoegdheden ten aanzien van het luchtruim, de interne veiligheid en de beveiliging van luchthavens.
Voor de luchthavens van regionale betekenis dient vóór 1 november 2014 door de betrokken provincie een luchthavenbesluit of luchthavenregeling vastgesteld te worden.
Eurocontrol
Eurocontrol, de organisatie die voor de veiligheid van het Europese vliegverkeer, is bezig met het opstellen van richtlijnen voor windturbines nabij vliegvelden.
Voorstel is onder andere om voor windparken binnen een straal van 15 kilometer rondom radarposten gedetailleerd onderzoek te doen naar de invloed van de windturbines op de radar. Ook voor verder wegliggende windparken wordt voorgesteld om onderzoek te doen. EWEA heeft kanttekeningen op de voorstellen van Eurocontrol.
Hoe Nederland de richtlijnen (guidelines) zal opnemen in het beleid is nog niet bekend.
