Windenergie op land

U bent hier

Radar

In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten. Bij het plaatsen van windturbines en windparken moet worden onderzocht of deze de radar niet verstoren. Er zijn radarverstoringsgebieden aangewezen. Voor die gebieden beoordeelt  het ministerie van Defensie aan de hand van de bouwplannen of de windturbines verstoring opleveren.

Radar en verstoring

Windturbines kunnen radarbeelden verstoren, vooral als het gaat om windparken met clusters van turbines. In de nabijheid van militaire en burger luchtvaartterreinen, radars en bakens geldenregels voor obstakelvrije vlakken. Dat is van belang omdat de radarposten ervoor zorgen dat het vliegverkeer veilig en efficiënt verloopt. Ook gebruikt het ministerie van Defensie de radarsystemen omhet Nederlands grondgebied te beschermen tegen ongewenste indringers. Verder zijn er bouwhoogtebeperkingen onder militaire laagvliegroutes.

Rond burgerluchthavens gelden behalve voor radar ook voor andere navigatiesystemen bouwhoogtebepekingen om de vliegveiligheid te kunnen garanderen.

Radarverstoringsgebieden

Rondom de radarposten liggen radarverstoringsgebieden. Zo’n gebied bestaat uit een cirkel met een straal van ongeveer 28 kilometer (= 15 nautische mijl) van een radarstation en met een hoogte van meer dan 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld bij de radar.

In Nederland zijn er acht militaire radarposten. Deze staan in: Wier en Nieuw-Milligen (beide langeafstand-gevechtsleidingradar), Leeuwarden, Twente, Soesterberg, Volkel en Woensdrecht (Primary Surveillance Radar) en Den Helder - de Kooy - (Secundary Serveillance Radar).

Ook zijn er civiele radarposten, onder andere bij Herwijnen en de luchthavens Schiphol en Maastricht-Aachen en Eelde. LVNL is verantwoordelijk voor veiligheid van het vliegverkeer. In de nabijheid van deze radars gelden ook bouwbeperkingen.

Beoordeling windturbines nabij radarposten

Het ministerie van Defensie moet alle geplande bouwwerken in de radarverstoringsgebieden beoordelen. Alle besturen van provincies en gemeenten die met radarverstoring te maken hebben, zijn op de hoogte gesteld van dit beleid. De informatie is terug te vinden in de brief van de Staatssecretaris van Defensie van 27 oktober 2006 en de brief van de Dienst Vastgoed van Defensie van 9 maart 2007.

Defensie beoordeelt een windturbineplan op basis van een berekening door TNO. Dit onderzoeksinstituut berekent de verstoring op basis van de aangeleverde gegevens, zoals de coördinaten en het voor- en zijaanzicht van de windturbine(s). Deze toetsing duurt ongeveer acht weken. Bij de voorbereiding en besluitvorming kunnen provincie en gemeente rekening houden met dit oordeel. Het advies van Defensie is niet bindend. Het ministerie tekent bezwaar aan tegen het (voorgenomen) besluit als het oordeel niet wordt overgenomen. De toetsing is aan te vragen via de Dienst Vastgoed van Defensie (DVD): Directie Noord (Friesland, Groningen, Gelderland, Drenthe, Overijssel, Friesland), Directie West (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht) en Directie Zuid (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg).

Toetsings- en beoordelingsmodel

De huidige berekeningsmethode van de radarverstoring is uitsluitend gebaseerd op schaduwwerking achter de windturbine gezien vanuit een enkele radar. Schaduwwerking houdt in dat radarsignalen inhet gebied achter de windturbine plaatselijk zwakker zijn. Daardoor zijn luchtvaartuigen minder goed waar te nemen in dit gebied. Het ministerie van Defensie hanteert bij de beoordeling de normdat de reductie van wat een radar detecteert op een afstand van honderd kilometer niet meer mag zijn dan 10%. Met andere verstorende effecten van windturbines op radarbeelden houdt het rekenmodel opdit moment geen rekening.

Nieuwe inzichten

Inmiddels is bekend dat door windparken (in clusteropstelling) effecten als ‘clutter’ en ‘desensitization’ kunnen optreden. Clutter (schittering) houdt in dat het signaal van een door de radargevolgd doel dat zich boven een windpark bevindt, samenvalt met de reflecties van de turbines. Daardoor zijn het doel en de turbines niet van elkaar te onderscheiden. Desensitization wil zeggen datkleine doelen die zich boven een windpark bewegen, van het radarbeeld verdwijnen.

Begin 2009 is besloten om het bestaande model alvast iets aan te passen. Nu worden meer verfijnde gegevens over de windturbines, zoals de geometrie van mast, gondel en rotorbladen, meegenomen in de berekening. Hierdoor is de beoordeling van een aantal parken van negatief in positief veranderd.

Het ministerie van Defensie ontwikkelt een nieuw rekenmodel en een nieuwe beoordelingsnorm. Daarin worden meer parameters meegenomen, zoals meervoudige radardekking, verschillende verstoringseffecten, omgevingsaspecten als terreinhoogte, andere bouwwerken en vegetatie. Voor toepassing van het model wordt uitgegaan van meer geavanceerde radarapparatuur. Naar verwachting is dit model in het laatste kwartaal van 2010 klaar. Over aanschaf van nieuwe radarsystemen zal in de komende kabinetsperiode een besluit moeten worden genomen. Mogelijk komt er vanaf 1 januari 2011 een interim toetsingsbeleid

IEA Wind

The International Energy Agency organiseert regelmatig bijeenkomsten in het kader van de zogenaamde “Implementing Agreement for Co-operation in the Research, Development, and Deployment of WindEnergy Systems” (IEA Wind).

In november 2009 organiseerde SenterNovem een dergelijke IEA Topical Expert Meeting (task 11, no. 60). Experts uit verschillende landen hebben gesproken over oplossingsrichtingen voor het samengaan van radar en windenergie. Technisch gezien zijn er oplossingen om met de verstoringen van radarbeelden door windturbines om te gaan. Vraag is meer hoe er politiek mee wordt omgegaan en wie de kosten voor mitigerende maatregelen dragen.