U bent hier
Geluid
Als windturbines draaien, maken ze geluid. Er zijn afspraken gemaakt over hoeveel geluid zij mogen produceren. Mensen ervaren geluid in de nacht als hinderlijker dan overdag. Sinds 1 januari 2011 vallen alle windturbines onder de geluidregelgeving voor windturbines van het Activiteitenbesluit.
Het geluid van windturbines
Windturbines zijn de helft van de tijd nauwelijks hoorbaar. Als het zacht waait, staat de windturbine nagenoeg stil en maakt hij (bijna) geen geluid. Als het hard waait, neemt het achtergrondgeluid (van bijvoorbeeld wegen en blaadjes aan de bomen) sterk toe en wordt de turbine daardoor overstemd. Bij windkracht 3 tot 6 is de windturbine in de meeste gevallen wel hoorbaar.
Windturbines maken geluid, dit komt door:
- De bewegende delen in de gondel, zoals de generator en de tandwielkast. Of en hoeveel geluid die onderdelen maken, hangt af van het type turbine.
- De draaiende rotorbladen. De hoeveelheid (aerodynamisch) geluid is afhankelijk van de rotordiameter, het toerental en de vormgeving van de rotorbladen.
Het waargenomen geluid bij een windturbine is afhankelijk van:
- de windsnelheid;
- het type turbine;
- de omgeving (invloed achtergrondgeluid).
De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windturbines. Dit is bereikt door :
- een betere geluidsisolatie van de gondel;
- verlaging van het toerental;
- verbeterd ontwerp van de rotorbladen.
De normen voor de hoeveelheid geluid op de gevel (van nabij liggende woningen) worden op dit moment weergegeven in dB(A). Dat is de maat voor het geluidsniveau, aangepast aan de gevoeligheid van het menselijk oor. Volgens de huidige regels mag het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van een windmolenpark niet meer dan 41 dB(A) zijn. Ter vergelijking: het geluidniveau van een gesprek is 60 dB(A), een drukke verkeersweg op 100 meterafstand 80 dB(A), een opstijgend vliegtuig op 200 meterhoogte 100 dB(A) en een drilboor op 1 meterafstand 110 dB(A).
Huidige regelgeving
Sinds 1 januari 2011 vallen alle windturbines onder de geluidregelgeving voor windturbines van het Activiteitenbesluit. Er wordt nu geen onderscheid meer gemaakt tussen vergunningplichtige en meldingplichtige windturbines of windparken. Voor nog meer windturbineprojecten is de vergunningplicht vervallen door de ruimere werkingssfeer (o.a. het wegvallen van het afstandscriterium 4 maalashoogte). Sinds 1 januari 2011 geldt dus een en dezelfde norm voor windturbinegeluid in Nederland.
Voor 1 januari 2011 gold voor de meldingplichtige windturbines de WNC40-normcurve, die per windsnelheid een verschillende norm stelde. Deze is nu vervangen door een norm die voor alle windsnelheden gedurende het jaar geldt. Dit maakt de normstelling eenvoudig: het jaargemiddelde geluidniveau Lden als gevolg van een windturbine of windpark dient bij een woning van derden niet meer te bedragen dan 47 dB. Daarnaast geldt een ten hoogst toelaatbare waarde voor het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van 41 dB. Voor de huidige typen windturbines geldt in het algemeen dat deze laatste norm minder relevant is. Als aan de Lden van 47 dB wordt voldaan dan wordt (‘automatisch’) ook aan de Lnight van 41 dB voldaan. In praktijk komt het niet of nauwelijks voor dat deze stelling niet opgaat. Hiervan kan namelijk alleen sprake zijn in situaties waarbij een turbine voornamelijk ’s nachts in bedrijf is en niet of nauwelijks in de dagperiode. Het akoestisch effect van het feit dat het ’s nachts vaak harder waait op grotere hoogte is dermate gering (ca. een halve dB), dat de Lden in het algemeen maatgevend is.
Dosismaat Lden De nieuwe normstelling op basis van de grootheden of dosismaten Lden en Lnight is niet alleen gekozen vanwege de eenvoud en duidelijkheid, maar ook vanwege de Europese regelgeving. De Europese richtlijnen stellen deze grootheden ook voor bij de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (richtlijn 2002/49/EG). Het voordeel bij windturbinegeluid van het gebruik van een jaargemiddelde waarde is de middeling van de weersomstandigheden. Het geluid van een windturbine is afhankelijk van de windsnelheid (op grotere hoogte) en de windrichting. Daarnaast is de beleving van het geluid door de mens ook afhankelijk van het omgevingslawaai waarbij dit mede afhankelijk is van de windsnelheid op lage hoogte. Deze afhankelijkheid van weersomstandigheden is een moeilijke factor bij zowel prognoseonderzoeken, metingen als ook de handhaving van geluid. De nu gekozen jaarmiddelingsmethode houdt rekening met deze wisselende omstandigheden.
Grenswaarde Lden Bij een nieuwe normstellingsystematiek en dosismaat hoort ook een nieuwe grenswaarde. De grenswaarden van 47 en 41 dB voor respectievelijk Lden en Lnight zijn gebaseerd op onderzoek door TNO in de dosis-effect-relatie van windturbinegeluid. De grenswaarde is gebaseerd op een aandeel ernstig gehinderden, zodanig dat dit aandeel overeenkomt met dat behorende bij de grenswaarden van andere geluidbronnen, bijvoorbeeld wegverkeer. Dit betekent dat bij het voldoen aan de grenswaarde het niet zo is dat de windturbines onhoorbaar zijn, of dat er in het geheel geen gehinderden zijn te verwachten. Zoals bij alle geluidnormstellingen is de grenswaarde een afweging tussen ruimte voor een geluidbron en beperking van hinder bij omwonenden.
Activiteitenbesluit en -regeling algemeen Zoals gebruikelijk in de nieuwe wetgevingssystematiek bestaat het Activiteitenbesluit uit:
- een Besluit, het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Barim), en
- een Regeling, de Regeling algemene regels inrichtingen milieubeheer (Rarim).
De nieuwe geluidvoorschriften zijn vastgelegd in het Barim onder artikel 3.14a.
De wijze van bepaling van de Lden en Lnight is vastgelegd in een nieuw reken- en meetvoorschrift dat specifiek voor windturbinegeluid opgesteld is. In artikel 3.15 uit het Barim wordt verwezen naar dit reken- en meetvoorschrift voor windturbines dat via artikel 3.14 b als bijlage 4 gekoppeld is aan de Rarim.
Lees meer toelichting over:
