Windenergie op land

U bent hier

Geplande windparken

Grote windparken

Op dit moment (2011) zijn twee windparken in ontwikkeling met een capaciteit van meer dan 100 MW. Deze projecten in Flevoland (Zuidlob) en Noordoostploder (NOP) vallen onder derijkscoördinatieregeling.

Visiedocument NWEA

Voor het visiedocument ‘Ruimte voor wind op land’ (juni 2011) maakte NWEA een analyse van het landelijke en provinciale beleid en de lopende windenergieprojecten en bekeek uitgebreid welkemogelijke andere locaties de komende jaren nog voor windenergie interessant kunnen zijn. Uit die inventarisatie blijkt dat 6.000 MW ruimtelijk inpasbaar is en dat er daarnaast nog voldoende ruimte isvoor een verdere doorgroei na 2020.

Voor de ruimtelijke inventarisatie deed bureau Bosch en Van Rijn in opdracht van NWEA nader onderzoek naar alle lopende projecten, de ‘pijplijn’-projecten. Dit is een actualisatie van de reeds uitgevoerde inventarisatie in opdracht van de Ministeries VROM, EZ en LNV in 2008. De bestaande projecten (‘pijplijn’-projecten) zijn samen in 2020 goed voor bijna 3.000 MW (2.995 MW). Daarbij is rekening gehouden met de slaagkans van elk van de projecten.

Projectenboek windenergie 2008

In 2008 hebben de Ministeries van VROM, EZ en LNV opdracht gegeven om te inventariseren hoeveel windenergievermogen per eind 2011 vergund kan zijn. Daarbij is gekeken welke knelpunten deprojecten ondervinden en zijn oplossingsrichtingen aangedragen om de realisatiekans van de doelstelling te verhogen.

De inventarisatie liet zien dat gewerkt werd aan 4.419 MW wind op land. Deze hoeveelheid is verdeeld over 214 projecten.
De verwachting was dat van het totale vermogen dat in voorbereiding was 1.409 MW voor eind 2011 vergund zou worden, 201 MW daarna. Van het totale windvermogen in de pijplijn zou naar verwachting 64% niet gerealiseerd worden vanwege een of meer belemmeringen.