Windenergie op land

U bent hier

Provinciaal beleid

Provincies stellen ruimtelijk beleid ten aanzien van windenergie op. Dit wordt vastgelegd in structuurnota’s of in een provinciaal ontwikkelingsplan (POP). Gemeentelijke bestemmingsplannen worden daaraan getoetst. Onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, die 1 juli 2008 in werking trad, kunnen provincies windenergiebeleid direct omzetten in bestemmingsplannen. Dat kan via de Provinciale Projecten Procedure of in algemene verordeningen.

Bekijk het overzicht met contactgegevens van de coördinatoren voor windenergie per provincie.

Onderhandelingen Provincies en Rijk 2011

Het IPO heeft in februari 2011 een landelijke energiekaart opgesteld, daarop is te zien waar de ruimtes zijn gereserveerd voor windenergieparken voor de groei naar 6000 MW. De provincies zijnbereid om resultaatafspraken te maken voor 3350 MW in 2020 en hebben dit als bod aangeboden aan de Ministers van I&M en EL&I.

Het Rijk besteedt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ontwerp 14 juni 2011, gereed zomer 2011) aandacht aan de rol van windenergie in energietransitie. Om te waarborgen dat ons land voldoende ruimte reserveert voor windenergie, wijst het Rijk in samenwerking met de provincies voorkeursgebieden voor grootschalige windparken aan. Er wordt momenteel door I&M gewerkt aan de nadere uitwerking van dit Rijksbeleid in een structuurvisie windenergie op land.

Klimaat- en Energieakkoord

Begin 2009 sloten de twaalf provincies, vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO), en het rijk een klimaat- en energieakkoord. In het akkoord onderschrijven de provincies de doelen voor wind op land in het programma Schoon en Zuinig. Het Klimaat-Energieakkoord is onderdeel van het Nationaal plan van aanpak windenergie. In het Klimaat-Energieakkoord is per provincie een aanbod gedaan wat haalbaar zou kunnen zijn  voor windenergie op land in 2020.

Onderstaande tabel biedt een overzicht per provincie van de doelstellingen en het geïnstalleerd vermogen in 2009. Beleidsstukken en de aanpak per provincie ten aanzien van windenergie zijn apart uitgewerkt.

Provincie

Doelstelling BLOW (MW) voor 2010

Doelstelling Klimaat- en Energieakkoord voor 2020 (MW)

Aanbod Provincies februari 2011 Minimum opgesteld vermogen in 2020 (MW)

Geïnstalleerd Vermogen  31 dec 2010 (MW)

Flevoland

220

1200

720

603

Noord-Holland

205

540

500

306

Zuid Holland

205

720

230

244

Zeeland

205

240

300

208

Friesland

200

240

174

157

Groningen

165

540

750

362

Noord-Brabant

115

180

220

64

Gelderland

60

120

102

36

Utrecht

50

0

50

9

Overijssel

30

60

80

6

Limburg

30

120

30

6

Drenthe

15

60

200

1

Totaal

1500

4.020

3.356

2.002

BLOW

In 2001 ondertekenden het rijk, provincies en gemeenten een Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling van Windenergie (BLOW). Met dit convenant streefden de betrokken partijen naar een verhoging van de Nederlandse energie opbrengst door windmolens tot 1500 MW in 2010. In mei 2007 werd de doelstelling van BLOW al bereikt. De mate waarin provincies bijdroegen aan het behalen van de doelstellingen verschilt behoorlijk per provincie.