Windenergie op land

U bent hier

Gemeentelijk beleid

Gemeenten kunnen op eigen initiatief klimaat- en energiebeleid ontwikkelen en hierin bepalingen opnemen over windenergie. Ook kan een gemeente in bestemmingsplannen al rekening houden met potentiële windenergieprojecten. Niet alle gemeenten zien mogelijkheden voor windenergieprojecten op hun grondgebied. Bezwaren van omwonenden of de aanwezigheid van natuurgebieden kunnen voor de lokale politiek reden vormen om geen windenergieprojecten uit te voeren.

Provincie bevoegd gezag

Het kan zijn dat de gemeente moet meewerken aan windenergiebeleid dat door de provincie is opgelegd. Sinds de in werking treding van de Crisis- en herstelwet (maart 2010) zijn de ProvincialeStaten verplicht om via een provinciaal inpassingsplan windmolenparken (5-100 MW) in te passen. Dit is uitsluitend het geval als een gemeente  een verzoek van een initiatiefnemer heeft gekregentot wijziging van een bestemmingsplan en dit heeft afgewezen. De provincie neemt in dit geval het bevoegd gezag van de gemeente over.

Klimaatakkoord VNG
Al in 2007 sloten de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het rijk een Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken dat rijk en gemeenten bevorderen dat het aandeel duurzame energie in 2020, 20% is. Hiervoor is onder meer een verdubbeling van het vermogen van windenergie ten opzichte van 2007 nodig. De VNG ondersteunt gemeenten bij de realisatie van windenergie. Dit gebeurt door het Themateam Duurzame energieproductie. Dit themateam bestaat uit bestuurders en ambtenaren van gemeenten die ervaring hebben met duurzame energie. Zij geven adviezen en handige tips uit de praktijk. Het themateam wordt verder onder andere ondersteund door medewerkers van Agentschap NL en het ministerie van VROM.

Stimulering Lokale Klimaatinitiatieven (SLOK)
Tot 1 september 2009 was er voor gemeenten en provincies de regeling SLOK (ook wel BANS2 of BANS II genoemd). Gemeenten en provincies konden subsidie krijgen voor maatregelen die broeikasgassen terugdrongen. Op dit moment is nog niet duidelijk of in de toekomst opnieuw een vergelijkbare regeling wordt opgezet.